Voordat ik in 1983 ging studeren heb ik een bouwkundige opleiding genoten. In 1988 studeerde ik af op de afdeling architectonische vormgeving – richting architectuur, interieur en meubelontwerpen – aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen. Mijn eindexamenproject was een vrije invulling van een vooraf bepaalde locatie aan de historische Eekwal met daarin de molenromp van een voormalige houtzagerij te Zwolle. Ik koos ervoor een moskee te ontwerpen. Het spanningsveld tussen de ‘westerse’ houtzaagmolen en een door cultuur en traditie gevormde moskee vormde voor mij een grote uitdaging.
In voortdurend overleg met een groep Turkse moslims kwam ik tot een geheel eigentijds ontwerp. De molen is tot symbool voor het westen gemaakt. Hierin is het reinigingsritueel ondergebracht. Via een trap ontstijgt de bezoeker de westerse wereld en eenmaal bovengekomen moet hij de richting van Mekka kiezen. Een brug leidt dan naar de moskee. In het aanpandige woonhuis zijn behalve een bibliotheek ook de ontmoetingsruimten voor de vrouwen gemaakt. De gebedsruimte voor de vrouwen is door mij symbolisch boven de gebedsruimte van de mannen geplaatst. Deze werkwijze werd mijn persoonlijke handschrift.
Mijn persoonlijke motto bij het ontwerpen is: helder een eenvoud. Maar niet alleen de ideeën van de interieurarchitect spelen mee. De opdrachtgever levert met zijn eigen voorstellen niet alleen een voedingsbodem voor nieuwe ideeën, hij is in het ontwerpproces ook aangever, criticus, coach en soms een rem. Het eindresultaat komt daarom altijd tot stand door de wisselwerking tussen mijzelf en de opdrachtgever.